Barbuda, St Kitts & Nevis

Met scherpe stuurbewegingen varen we het smalle rif aan de oostkant van Antigua uit. Na de laatste bocht is de rust meteen voorbij. De golven zijn hoog vandaag, zo’n 3 meter, maar Sirena weert zich kranig. Achter ons doet een bui zijn best ons in te halen en we zien de slagregen neerslaan op het water. Maar wij blijven droog, op een opspattende golf af en toe na. We beginnen gereefd maar als na een paar uur de wind nog stevig maar minder vlagerig is, hijsen we de bezaan en ontreven we de genua. Halve wind met windkracht 5 en alle zeilen omhoog; hier is Sirena voor gemaakt. Zes uur varen we op de buien vooruit. Als we aankomen op Barbuda bedenk ik dat er diep in een kastje nog iets zit dat perfect bij deze woeste overtocht past: vanavond eten we zuurkoolstamppot met rookworst op zwembadblauw water!

 

Barbuda is zo plat als Nederland, maar daar houdt ook elke gelijkenis op. Er wonen zo’n 1500 mensen op het eiland. Ter vergelijking: er wonen bijna tien keer zoveel mensen op Antigua, wat niet veel groter is. Bijna alle Barbudans wonen in de enige stad, Codrington. Het is er sinds orkaan Irma nog niet weer helemaal opgebouwd, en het is een ratjetoe van goede en slechte gebouwen, bouwmateriaal, en daar tussendoor veel ezels en paarden. De paar mensen die we tegenkwam waren wederom super hartelijk en behulpzaam. We gaan het nog missen als het, eenmaal weer thuis, niet meer gebruikelijk is om vreemden te groeten op straat. De kustlijn van Barbuda is grandioos en het was voor ons niet te begrijpen dat er maar zo weinig boten lagen. Kristalhelder turquoise water, spierwit strand en wuivende palmbomen, met regelmatig een schildpad die haar kopje opsteekt of een rog die even uit het water springt. De tijd stond even stil. We maakten druipkastelen op het strand en aten kreeft van de barbecue; wat een paradijs! De perfecte plek ook om mijn kapperskunsten te oefenen en Björn eindelijk een nieuwe coupe te geven.

 

Het eiland Nevis, waar we met een fijne ruime-windse koers in tien uur naartoe voeren, was na Barbuda ineens een stortvloed van cultuur. Het is de geboorte grond van Hamilton – die van (die musical over) de Amerikaanse onafhankelijkheid – en het staat vol Brits koloniaal erfgoed. Al bij het aanvaren voelde het Brits en zelfs een beetje bekend, waarschijnlijk vanwege de gazonnen die we rond de oude landhuizen zagen (gras in plaats van regenwoud!) en de lentegeur die daar bij hoort. We hebben ons er in ondergedompeld en een dag lang musea bezocht en cultuur gesnoven.

 

Vlakbij Nevis ligt zustereiland St. Kitts. We maakten er een wandeling naar de top van de vulkaan (klauterend over boomwortels en rotsen, soms recht omhoog), maar het hoogtepunt van die wandeling was de busrit ernaartoe. Met de bus in een vreemd land is altijd leuk, en net als op andere eilanden stond de muziek keihard. Maar nu kwamen er geen lokale R&B-hitjes uit de speaker maar het hele oeuvre van Celine Dion. Björn, die vroeger op weg naar vakantie bij zijn moeder in de auto hetzelfde leed onderging, zong het onbewust woord voor woord mee. Net zo verrassend als de muziekkeuze was de kledingkeuze van onze mede-passagiers, tot we bedachten dat het zondag was en men onderweg was naar de kerk. Met onze ‘toerist-gaat-wandelen-look’ staken we schraal af tegen alle piekfijne jurken, keurige blazers en stropdassen.

 

In St Kitts gaf de koelkast de geest. In theorie is dat niet zo erg, want vlees of zuivel eten we nauwelijks meer, hooguit in houdbare vorm. Maar met 30+°C drinken we heel veel water en dan is het verdraaid lekker als dat koud uit de koelkast komt. Het water heeft direct uit de kraan namelijk dezelfde temperatuur als het zeewater, 28°C. We vonden monteur Wendel, die snel een lek opspoorde en dichtte, maar vervolgens drie dagen zijn hoofd brak over hoe hij deel twee van de reparatie moest uitvoeren (troep uit het systeem zuigen en de juiste hoeveelheid koelgas toevoegen). Dat het drie dagen moest duren kwam deels door de onhandigheid van een boot voor anker, zoals dat een weegschaal niet werkt op een schommelende boot. Maar het kwam vooral door de stijl van Wendel. Het was niet duidelijk of hij nou aan het nadenken, twijfelen of rusten was, maar hij zei en deed uren achter elkaar niets anders dan af en toe constateren dat er een blokkade in het systeem zat. We zijn er inmiddels aan gewend dat dingen op een boot nooit efficiënt gaan, en Wendel is een sympathieke vent, dus de eerste twee dagen ondergingen we het gelaten. Maar op dag drie zaten wij onszelf op te vreten met onze behoefte aan duidelijkheid, stappenplannen en meer van die Hollandse geneugten, en hebben we afscheid genomen van Wendel. Met lauw water voeren we door naar Sint Eustatius.